View Full Version: Keltische Kathedraal

Mysteries van de aarde > Geschiedenis / Archeologie > Keltische Kathedraal


Title: Keltische Kathedraal


Bert Jan - May 11, 2004 09:18 AM (GMT)
Een paar blokken steen, 26 oude zwaarden, een handvol Keltische muntjes en wat resten van menselijke skeletten. Dat was alles wat archeologen van het Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in 1977 opdiepten uit de rivierafzetting bij het dorpje Kessel (gemeente Lith). Nu, meer dan een kwart eeuw later, durft ijzertijdexpert Nico Roymans van de Vrije Universiteit Amsterdam de bewering aan dat het ging om een uitzonderlijke vondst. En bij uitzonderlijke archeologische vondsten horen superlatieven: het zou gaan om de resten van het grootste Gallo-Romeinse heiligdom van heel Noord-West Europa. “Staan we hier voor het hoofdheiligdom van de Bataafse herculescultus?” vraagt Roymans zich retorisch af.

Het Nederlandse rivierengebied was in de eerste eeuwen na Christus al een multiculturele samenleving. De oude stammenvolkeren, tegenwoordig in retrospectief samengevat onder noemers als Kelten of Galliërs, waren verslagen door de Romeinen en waren bezig cultureel te versmelten met zowel de vanuit het oosten binnengetrokken Bataven als met de Romeinse bezetters. Dat leidde er onder meer toe dat er op oude, Keltische heilige plekken stenen tempels verrezen naar Romeins model.

Zo ook bij Kessel, denken Roymans en collega’s. Kijk maar naar de Keltische zwaarden, munten en botresten die de archeologen in 1977 vonden: die vormen een directe aanwijzing dat de Kelten ooit op grote schaal offergaven deden bij Kessel. De menselijke botresten duiden misschien zelfs op mensenoffers. En de opvallende overvloed aan wapentuig in de bodem lijkt een aanwijzing dat de Bataafse vechtlustige hoofdgod Hercules Magusanus werd aanbeden.

Maar een berg zwaarden maakt natuurlijk nog geen tempel, en al helemaal niet de grootste tempel van het oude Gallië. Daarvoor baseren de archeologen zich op de bouwrestanten die in de jaren zeventig op dezelfde plek werden gevonden, zoals muursegmenten en blokken tufsteen, maar ook drie stukken pilaar en twee stukken kunstzinnig bewerkte dakrand. De archeologen constateerden al in de jaren zeventig dat het bouwmateriaal was hergebruikt. Ergens in de vierde eeuw hadden de Romeinen een oud bouwwerk aan stukken geslagen en het puin opnieuw gebruikt om een verdedigingswerk te bouwen.

Vooral de versierde stukken bouwpuin intrigeren. Neem de met beeldhouwwerk versierde daklijsten: die zijn 44 centimeter breed, en dat is veel te groot voor een gewoon grafmonument of een kleine tempel. Of neem de zuilrestanten. Die zijn niet zomaar een stuk zuil, maar vormen een bundel van drie dikke zuilen. Blijkbaar hadden de Romeinen voor hun verdedigingswerk het bouwpuin gebruikt van een of ander ontzagwekkend groot bouwwerk, meent Roymans.

Daarna was het een kwestie van logisch redeneren en rekenen. Gezien de offerresten moest het geheimzinnige, gesloopte bouwsel wel een tempel zijn geweest. De stijl van de ornamenten gaf bovendien een bouwdatum: ergens rond het jaar honderd, een eeuw of drie voordat de tempel werd gesloopt.

Door de afmetingen van de dakranden en de zuilen te vergelijken met andere plattelandstempels uit onder meer Empel, Elst en Zwitserland, konden de onderzoekers een schatting maken van de grootte van de tempel. En was dat even schrikken: het bouwwerk zal al snel een meter of zeven ŕ acht hoog zijn geweest, en was misschien nog groter dan de 31 bij 23 meter metende reuzentempel van Elst. Bovendien had de tempel bij Kessel waarschijnlijk een verhoogd voorportaal, zo maken de Amsterdammers op uit de zuilresten. Een betrekkelijk zeldzaam fenomeen voor een Gallo-Romeinse tempel. De tempel bij Kessel moet welhaast ontzaglijk belangrijk zijn geweest, een soort Sint-Pieterkathedraal voor verromeinste Galliërs.

Enige slagen om de arm maken de onderzoekers wel. Zo is het in theorie denkbaar dat de bouwresten afkomstig zijn van meerdere gebouwen, of dat het puin is aangevoerd van verderop. Ook over de afmetingen valt te twisten. Maar de onderzoekers zouden daar wel vreemd van opkijken: ze noemen hun interpretatie ‘aannemelijk’ en ‘waarschijnlijk’.

Het beste zou het natuurlijk zijn om de schep nogmaals bij Kessel in de grond te steken. Maar dat is helaas zo goed als onmogelijk. De plek waar ooit misschien het belangrijkste godshuis van Nederland stond, is na de noodopgraving van 1977 voorgoed door elkaar gehusseld en onder het slib verdwenen. Een halve hectare heilig puin ligt nu op de bodem van een baggerplas.




Hosted for free by InvisionFree