KERI - TRAPPEN
Masaaki Hatsumi...
vertaald naar het Engels door Herman Kahn - vertaling naar Nederlands Duco Lieste
De benen worden gebruikt om te stoten, uit te zwaaien, vegen... In de actie van keru (trappen), dat zich ontwikkeld heeft van de oude vorm kue, zitten verschillende krachtelementen verborgen. Het karakter voor de handeling van het trappen (keri), wordt gevormd door bij het linker stamwoord ashi (: voet) het rechter element tsuku (: aanhangen, vergezellen) op te tellen. Deze actie gaat gepaard (tsuku) met de betekenis van een ding de plaats van een ander te laten bereiken, het bewegen van gevoel en kracht, een ding een ander ding laten volgen, e.d.m.
In de trappen van Togakue-ryü heb je het principe dat je d.m.v. je training in taijutsu, met het zwaartepunt van het lichaam zo laag mogelijk gelegen, de balans van je lichaam volstrekt niet verloren gaat, hoe hoog je ook trapt, in welke richting ook of met om het even welke soort trap. Wanneer het centrum van je evenwicht een hoge mate van stabiliteit heeft, betekent dat er zich geen overbodige bewegingen zullen voordoen. Een kenmerk van deze trappen is dat in om het even welke houding je lichaam valt, je altijd in staat zal zijn om natuurlijk van de ene kamae in de andere over te gaan, zonder een opening. In Togakure-ryü, zijn erbovenop keri-age (opwaartse trap), ryöashi-geri (: trap met twee benen), kakushi-geri (: verborgen trap) nog trappen verbonden met de verschillende bewegingen van het lichaam. Terwijl je krachtig opwaarts trapt moet je lichaam zoveel mogelijk vereenzelvigen met de staat van kü (: lucht, leegte). Van het lichaam een wapen maken en de tegenstander trappen, houdt in dat je kracht genereert doordat je de kracht van je benen doorheen je vrij bewegend lichaam vasthecht aan de tegenstander.
In ninjutsu, heb je ook shöten no jutsu(: kunst om naar de hemel op te stijgen) waarbij je zonder je handen te gebruiken of enige ningu, je vlug een obstakel kunt oplopen zoals een pilaar, een muur, een omheining of een boom. De wijze om deze shöten no jutsu te oefenen houdt in dat je een plank opstelt, van ongeveer 3.5 meter lang en 5 cm dik, en dit onder een hoek van ongeveer 45 graden, waarop je dan dagelijks verschillende keren op en af loopt. Wanneer dit gemakkelijk begint te gaan drijf je de helling op tot 50 en dan 60 graden. Zo wordt Shöten no jutsu geleidelijk aan moeilijker. Door deze training voort te zetten kan je een Shöten no jutsu bereiken van 90 graden. Wanneer je 90 graden bereikt, wordt het oefenen van achterwaartse salto's ook belangrijk. Volgens mijn leraar Takamatsu liep Toda Shinryüken, de tweeendertigste leraar in generatie van Togakure-ryü, met shöten no jutsu dikwijls de zuilen op van de trainingsruimte, en kon je hem onbeweeglijk aan de balken of zoldering zien hangen. Dat wat zo zachtaardig is als een bloem en recht als bamboe is het sterkst (: kasei chikusei). Je zal niet terugdeinzen om het even wat er gebeurt (: banpen fukyö). De deugd van de krijger is overwinning te schenken, en vrede te verwezenlijken met de tegenstander (: ninpö ikkan). De lichaamshouding zonder houding die in om het even welke houding kan veranderen leeft binnenin de keri.
Artikel van Sensei Hatsumi Masaaki vertaalt naar het Engels door Herman Kahn Vertaling naar Nederlands Duco Lieste
B)